Neuroprotectie bij glaucoom

De toekomst van glaucoombehandeling

Naast oogdrukverlaging kijken onderzoekers steeds meer naar manieren om de oogzenuw zelf te beschermen tegen schade.

De specialist voert een oogdrukmeting uit.

Op dit moment hebben vrijwel alle behandelingen voor glaucoom hetzelfde doel: de oogdruk verlagen. Dat is nog steeds de belangrijkste manier om verdere schade aan de oogzenuw te voorkomen.

Toch is dat niet altijd voldoende. Sommige mensen krijgen glaucoom zonder verhoogde oogdruk. En bij anderen gaat de schade aan de oogzenuw langzaam door, ook al is de oogdruk goed onder controle. Daarom wordt er wereldwijd onderzoek gedaan naar aanvullende manieren om de oogzenuw te beschermen. Dit heet neuroprotectie.

Glaucoom en de oogzenuw

Bij glaucoom raken zenuwcellen in het netvlies en de oogzenuw langzaam beschadigd. Omdat de oogzenuw onderdeel is van het centrale zenuwstelsel, wordt glaucoom vaak vergeleken met andere neurodegeneratieve aandoeningen.

Dat betekent niet dat glaucoom hetzelfde is als bijvoorbeeld Alzheimer of parkinson. Wel lijken bepaalde onderliggende processen — zoals ontstekingen en verlies van zenuwcellen — op elkaar. Die kennis helpt onderzoekers bij het zoeken naar nieuwe behandelingen.

Waarom raakt de oogzenuw beschadigd?

Een verhoogde oogdruk is een belangrijke risicofactor, maar waarschijnlijk niet de enige. Onderzoekers kijken ook naar andere mogelijke oorzaken, zoals:

  • oxidatieve stress (schade door vrije radicalen)
  • problemen in de energievoorziening van zenuwcellen
  • verminderde doorbloeding van de oogzenuw
  • ontstekingsreacties in het oog

Oxidatieve stress kan bijvoorbeeld ontstaan bij roken, ongezonde voeding of langdurige stress. Dat betekent niet dat deze factoren direct glaucoom veroorzaken, maar ze kunnen wel bijdragen aan schade in de oogzenuw.

Ook de doorbloeding van de oogzenuw speelt mogelijk een rol. Zowel een te hoge als een te lage bloeddruk kan daarbij van invloed zijn.

Wat is neuroprotectie?

Omdat glaucoom meerdere oorzaken kan hebben, kijken onderzoekers naar aanvullende behandelingen naast oogdrukverlaging. Neuroprotectie betekent letterlijk: het beschermen van zenuwcellen.

Het doel is om de oogzenuw beter bestand te maken tegen schade. Dit is een belangrijk en snel groeiend onderzoeksgebied.

EPO: veelbelovend, maar nog in onderzoek

Een stof die veel aandacht krijgt, is erytropoëtine (EPO). Dit is een lichaamseigen stof die in laboratorium- en dieronderzoek beschermend lijkt te werken op zenuwcellen.

Onderzoekers kijken of aangepaste vormen van EPO ook bij glaucoom kunnen werken. Tot nu toe gaat het vooral om experimenteel onderzoek; er zijn nog geen goedgekeurde behandelingen op basis van EPO voor glaucoom.

Citicoline en co-enzym Q10

Ook citicoline en co-enzym Q10 worden onderzocht als mogelijke neuroprotectieve stoffen. Ze spelen een rol in de energievoorziening en het herstel van zenuwcellen.

Dierstudies en kleine onderzoeken bij mensen laten soms positieve effecten zien. Maar op dit moment is er nog onvoldoende bewijs om ze standaard voor te schrijven als behandeling bij glaucoom.

Vitamine B3 (nicotinamide)

Een belangrijke recente onderzoekslijn richt zich op nicotinamide, een vorm van vitamine B3. Deze stof speelt een rol bij de energievoorziening van cellen.

Er lopen momenteel grotere klinische studies om te onderzoeken of nicotinamide het ziekteproces bij glaucoom kan vertragen. De eerste resultaten zijn voorzichtig positief, maar het bewijs is nog niet sterk genoeg om nicotinamide standaard voor te schrijven.

Tegelijk is voorzichtigheid belangrijk: hoge doseringen nicotinamide kunnen bijwerkingen hebben, zoals schade aan de lever. Gebruik daarom nooit op eigen initiatief hoge doses — overleg altijd met een arts.

Andere stoffen: melatonine en resveratrol

Stoffen zoals melatonine en resveratrol worden onderzocht vanwege mogelijke beschermende effecten op zenuwcellen en mitochondriën (de energiefabriekjes van cellen).

Tot nu toe is het bewijs vooral afkomstig uit laboratoriumonderzoek. Het is nog niet aangetoond dat deze stoffen bij mensen daadwerkelijk glaucoom vertragen.

Darmmicrobioom, voeding en glaucoom

Steeds meer onderzoek richt zich op de rol van het darmmicrobioom. Zo is gevonden dat mensen met glaucoom gemiddeld minder diversiteit hebben in bepaalde bacteriën dan mensen zonder glaucoom.

Dit soort studies laat vooral een verband zien. Het is nog niet duidelijk of veranderingen in het microbioom daadwerkelijk bijdragen aan het ontstaan van glaucoom, of juist een gevolg zijn van de ziekte.

Ook voeding krijgt veel aandacht. Zo suggereren studies dat een voedingspatroon rijk aan groene bladgroenten (en daarmee aan nitraat) samenhangt met een lager risico op glaucoom.

Maar ook hier geldt: het gaat om verbanden, niet om bewezen oorzakelijke effecten.

Bronnen

  • Martucci et al., 2023 – glaucoom en neurodegeneratie
  • López-Gil et al., 2024 – voeding en glaucoomrisico
  • Lai et al., 2023 – EPO en glaucoom
  • Prinz et al., 2023 – citicoline bij glaucoom
  • Vergroesen et al., 2024 – darmmicrobioom en glaucoom
  • Edokpa & McFarlane, 2024 – voeding en glaucoom (review)
  • Martucci et al., 2025 – nieuwe ontwikkelingen in neuroprotectie
  • Ophthalmology Glaucoma, 2025 – nicotinamide en veiligheid

Ontvang de gratis brochure over Glaucoom

In de gratis brochure vind je informatie over het ontstaan, de behandeling en de preventie van glaucoom.

Omslag van de brochure Glaucoom