Bij verziendheid zie je vooral dichtbij minder scherp. Lezen, schrijven of kijken op je telefoon kan daardoor moeite kosten. Afhankelijk van de mate van verziendheid kun je soms ook moeite hebben met kijken in de verte. Verziendheid wordt ook wel hypermetropie genoemd.

Verziendheid is geen oogziekte, maar een brilafwijking. Het kan worden gecorrigeerd met een bril of contactlenzen met een plussterkte.

Wat gebeurt er bij verziendheid?

Om scherp te zien, moet licht precies op het netvlies vallen. Het netvlies ligt achter in het oog en vangt het beeld op.

Lichtstralen komen het oog binnen via het hoornvlies en de pupil. Daarna gaan ze door de ooglens. Het hoornvlies en de ooglens breken het licht. Bij een oog zonder brilafwijking komen de lichtstralen precies samen op het netvlies. Daardoor ontstaat een scherp beeld.

Bij verziendheid komen de lichtstralen eigenlijk achter het netvlies samen. Op het netvlies ontstaat dan een onscherp beeld. Dit kan komen doordat het oog iets te kort is. Het kan ook komen doordat het hoornvlies of de ooglens het licht niet sterk genoeg breekt.

Kinderen en jonge mensen kunnen dit soms tijdelijk oplossen door extra scherp te stellen. Dit heet accommoderen. De ooglens wordt dan boller om het beeld toch op het netvlies te krijgen. Dat kost inspanning. Daardoor kunnen de ogen vermoeid raken of hoofdpijn geven, vooral bij lezen, beeldschermgebruik of lang dichtbij kijken.

Verziendheid en ouderdomsverziendheid

Verziendheid is niet hetzelfde als ouderdomsverziendheid.

Bij verziendheid is het oog te kort of breken het hoornvlies en de ooglens het licht niet sterk genoeg. De lichtstralen komen dan niet precies op het netvlies samen, maar erachter. Een bril of contactlenzen met een plussterkte kunnen helpen om het beeld scherp op het netvlies te krijgen. Vaak draag je deze correctie de hele dag, omdat de plussterkte kan helpen bij dichtbij én veraf kijken.

Bij ouderdomsverziendheid, ook wel presbyopie genoemd, wordt de ooglens minder soepel. Daardoor lukt scherpstellen dichtbij steeds minder goed. Veel mensen merken dit vanaf ongeveer hun veertigste doordat ze een boek, telefoon of menukaart verder van zich af houden. Een leesbril of andere correctie voor dichtbij kan dan helpen.

Verziendheid en ouderdomsverziendheid kunnen tegelijk voorkomen. Iemand die al verziend is, merkt vaak eerder dat dichtbij kijken lastiger wordt. Dat komt doordat het oog al extra moet scherpstellen om scherp te zien.

Symptomen van verziendheid

Verziendheid geeft niet altijd klachten. Als er klachten ontstaan, vallen die vaak op bij lezen, schrijven of ander werk dichtbij.

Veelvoorkomende klachten zijn:

  • dichtbij wazig zien
  • moeite met lezen of schrijven
  • vermoeide ogen
  • hoofdpijn na dichtbij kijken
  • moeite om lang te focussen
  • aan het einde van de dag minder scherp zien

Bij kinderen kan verziendheid ook op andere manieren opvallen. Een kind kan bijvoorbeeld lezen vermijden, snel moe worden bij schoolwerk of scheel kijken. Denk je dat je kind scheel kijkt? Bespreek dit met de jeugdarts of huisarts. Die kan je kind verwijzen naar een orthoptist.

Wie loopt risico?

Verziendheid kan bij iedereen voorkomen. Veel jonge kinderen zijn een beetje verziend. Als het oog groeit, komt de sterkte vaak dichter bij nul uit. Dan is er geen bril of contactlenzen nodig. Soms blijft er toch een plussterkte aanwezig.

Verziendheid komt soms vaker voor in families. Heeft een ouder, broer of zus een hoge plussterkte? Of komen een lui oog of scheelzien in de familie voor? Dan is het goed om dit te melden bij de jeugdarts of huisarts. Zij kunnen beoordelen of verder onderzoek nodig is.

Bij een hogere plussterkte moeten de ogen harder werken om scherp te zien. Dat kan klachten geven, zoals vermoeide ogen, hoofdpijn en moeite met lezen. Bij kinderen kan sterkere verziendheid ook samengaan met scheelzien of een lui oog. Daarom is het belangrijk dat de ogen van jonge kinderen op vaste momenten worden gecontroleerd door de jeugdgezondheidszorg.

Volwassenen met verziendheid merken soms pas op latere leeftijd dat ze er last van krijgen. Door te accommoderen, dus scherp te stellen, kan het oog verziendheid een tijd compenseren. Als je ouder wordt, wordt de ooglens minder soepel. Daardoor lukt scherpstellen minder goed en kunnen klachten bij lezen of ander werk dichtbij sneller opvallen.

TEKST

PERSOON

Door jouw donaties maken wij het verschil

Omdat iedereen wil blijven zien waar hij of zij van houdt, werkt het Oogfonds aan een toekomst waarin niemand meer slechtziend of blind wordt.

Diagnose stellen

Verziendheid kan worden vastgesteld met een oogmeting. Daarbij wordt gemeten welke brilsterkte nodig is om scherp te zien.

Heb je vooral klachten bij dichtbij kijken, zoals wazig zien, vermoeide ogen of hoofdpijn? Laat dan je ogen meten door een opticien of optometrist. Blijkt verziendheid niet de oorzaak te zijn van het verminderde zicht? Dan kan verder onderzoek bij een optometrist of oogarts nodig zijn.

Bij kinderen wordt verziendheid anders onderzocht dan bij volwassenen. Kinderen kunnen sterk accommoderen. Daardoor kunnen ze tijdens een gewone oogmeting meer scherpstellen dan normaal. De meting kan dan minder betrouwbaar zijn. Daarom wordt bij jonge kinderen vaak gemeten met oogdruppels die het scherpstellen tijdelijk stilleggen. Zo kan de juiste sterkte nauwkeuriger worden bepaald.

Maak je je zorgen over het zicht van je baby, peuter of jonge kind? Bespreek dit met de jeugdarts van het consultatiebureau, de schoolarts of de huisarts. Zij kunnen beoordelen of verwijzing naar een orthoptist of oogarts nodig is.

Oudere kinderen kunnen, afhankelijk van de leeftijd, klachten en situatie, ook bij een optometrist of optiekbedrijf worden onderzocht. Bij scheelzien, een vermoeden van een lui oog of twijfel over de ontwikkeling van het zien is onderzoek door een orthoptist belangrijk.

Een goede bril kan belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het zien en voor het functioneren op school. Zonder juiste correctie kan een kind sneller vermoeid raken of moeite krijgen met lezen en leren. Een bril met onjuiste sterkte kan bij kinderen ook problemen geven in de ontwikkeling van het zien.

Behandeling van verziendheid

Verziendheid kan meestal goed worden gecorrigeerd met een bril of contactlenzen met een plussterkte. Plusglazen helpen om de lichtstralen weer op het netvlies te laten samenkomen. Daardoor wordt het beeld scherper en hoeven de ogen minder hard te werken.

Bij kinderen kan een bril belangrijk zijn om klachten te verminderen en om het zien goed te laten ontwikkelen. Als verziendheid samengaat met scheelzien of een lui oog, bepaalt de orthoptist of oogarts welke behandeling nodig is.

Soms kan een laserbehandeling of lensoperatie het zicht verbeteren. Dit gebeurt meestal om minder afhankelijk te zijn van een bril of contactlenzen. Het is niet voor iedereen geschikt. Een oogarts of gespecialiseerde refractiechirurg kan beoordelen of zo’n behandeling mogelijk en verstandig is.

Wat kun je zelf doen?

Heb je vaak moeite met dichtbij zien, vermoeide ogen of hoofdpijn na lezen of beeldschermgebruik? Laat dan je ogen meten. Loop niet door met klachten als dichtbij kijken steeds meer moeite kost.

Deze adviezen kunnen helpen:

  • laat je brilsterkte regelmatig controleren
  • draag je bril of contactlenzen zoals geadviseerd
  • neem pauzes bij lang lezen of beeldschermgebruik
  • zorg voor goede verlichting bij dichtbij werk
  • laat kinderen beoordelen als ze scheel kijken of moeite hebben met lezen

Voor volwassenen is het verstandig om de brilsterkte ongeveer elke 2 tot 3 jaar te laten controleren, of eerder als je klachten krijgt. Bij kinderen hangt de controle af van de leeftijd, de sterkte en eventuele andere klachten. Volg daarin het advies van de orthoptist, optometrist of oogarts.

Onderzoek

Verziendheid gerelateerde onderzoeken

Help je mee zicht redden?

Elke donatie maakt een verschil in het leven van mensen met oogaandoeningen.